leerlingvolgsysteem/toetsen
Leerkrachten houden een uitgebreid administratiesysteem bij, waarin ze de leerlingen volgen d.m.v. observaties en het bekijken van het gemaakte werk. Daarnaast worden twee keer per jaar ontwikkelingslijnen ingevuld voor taal/lezen/schrijven en rekenen/wiskunde. Hierbij kan de individuele vooruitgang in kaart worden gebracht. Toetsen nemen wij alleen af als dat een meerwaarde heeft voor ons onderwijs, dus niet toetsen om het toetsen, maar toetsen met een doel. Dat betekent dat we selectief te werk gaan. We hebben een toets- en signaleringskalender met methode onafhankelijke (landelijk genormeerde) toetsen voor lezen, spelling, begrijpend lezen en rekenen/wiskunde en methode afhankelijke toetsen voor spelling en begrijpend lezen. Daarnaast maken we gebruik van een signaleringslijst voor het werkgedrag en gaan we dit jaar starten met een signaleringsinstrument voor de sociaal-emotionele ontwikkeling. Alle toetsresultaten worden ingevuld in ons leerlingvolg- en administratiesysteen ParnasSys. Hiermee kunnen we analyses maken van de resultaten van ons onderwijs en deze analyses worden ook aan de onderwijsinspectie verstrekt.
Onze 8e jaars krijgen nog extra toetsen, namelijk de Drempeltest voor groep 8, spellingtoetsen voor groep 8 en indien noodzakelijk het Drempelonderzoek (een leerstoftoets voor Leerwegondersteunend of Praktijkonderwijs). Wij hebben bewust gekozen om de CITO-eindtoets niet te gebruiken.
DREMPELTEST VOOR 8e JAARS
Op de drempel van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs kan de leerling meedoen aan de “Drempeltest ”. Aan de hand van vier vragen lichten we toe wat deze drempeltest inhoudt.
Waarom de drempeltest?
Voor een advies voortgezet onderwijs zijn drie vragen van belang:
A: Welke ervaringen heeft de school met de leerling?
B. Hoe ver is de leerling in de leerstof gevorderd?
C. Wat zijn de mogelijkheden van de leerling (hoe zit de leerling in elkaar)?
Doordat de school jarenlang met de leerling is opgetrokken, valt vraag a) wel te beantwoorden.
Voor een antwoord op vraag b) moet er naast het oordeel van de school op een of andere manier gemeten worden wat de leerling kan. Dat is mogelijk met een eindtoets, zoals bijvoorbeeld de bekende Eindtoets Basisonderwijs van het Cito. Het kan ook wel met de gegevens van een LVS (leerlingvolgsysteem). Met een LVS houdt de school door de jaren heen bij hoe ver de leerling is door middel van methodeonafhankelijke, landelijk genormeerde toetsen. De “eindstand”van het LVS geeft dan aan hoe ver de leerling gevorderd is voor in elk geval technisch lezen, begrijpend lezen, spellen, automatiseren (hoofdrekenen) en rekenen/wiskunde.
Voor een antwoord op vraag c) gebruiken we de Drempeltest.
Wat test de Drempeltest?
Eenvoudig gezegd probeert de Drempeltest een indruk te geven van de taalvaardigheid en het rekenvermogen van de leerling.
De test maakt onderscheid tussen verbaal/theoretische factoren en wiskundig/praktische factoren. Het verbaal/theoretische deel betreft hoe het zit met de kennis van begrippen, zinsconstructies en betekenissen; kan de leerling bij het kiezen tussen meerdere mogelijkheden de juiste afweging maken? Het wiskundig/praktische deel betreft hoe zit het met het ruimtelijk voorstellingsvermogen, het rekenkundig redeneervermogen en het redeneervermogen met figuren. Voor een indruk van de opdrachten uit de test, verwijzen we naar de voorbeelden.
Om na te gaan hoe de leerling het leren ervaart en hoe deze er tegenaan kijkt, moet hij/zij vragen beantwoorden over zaken die met school en leren te maken hebben. We kunnen daaruit afleiden hoe het zit met onder meer de leermotivatie, het zelfvertrouwen (faalangst?) en het doorzettingsvermogen.
Populair gezegd meet de Drempeltest wat erin zit en het LVS of de Cito-toets wat eruit komt.
Hoe wordt de Drempeltest afgenomen?
De test wordt klassikaal afgenomen door een leerkracht van onze school. De school kiest het beste moment. De afname neemt een ochtend en een deel van de middag in beslag. De leerkracht hoeft alleen maar de tekstboekjes uit te delen en de tijd in de gaten te houden. Hij/zij mag de leerlingen niet voorbereiden en al helemaal niet helpen. De leerkracht mag er zelfs niet over praten (ook niet na de test!) In feite deelt de leerkracht de test slechts uit en stuurt de antwoorden op. De leerlingen strepen de antwoorden ( ze kunnen kiezen uit a, b, c of d) namelijk aan op en antwoordformulier dat door een machine wordt nagekeken. Na verloop van tijd ontvangt de school de uitslagen in de vorm van leerling-profielen. Hieronder ziet u voorbeelden van de opdrachten. Tijdens de informatieavond worden ook voorbeelden van leerlingprofielen getoond..
Wat doet de school met de uitslag (het profiel)?
Het profiel wordt gebruikt om, samen met de andere gegevens, in overleg met de ouders een zo goed mogelijk advies te geven voor het voortgezet onderwijs. Van de Drempeltest zullen de totalen van het verbaal/theoretische en het wiskundig/praktische deel het advies het sterkst beïnvloeden. Andere onderdelen van de test helpen het advies te nuanceren. De school ontvangt met de profielen een brochure waarin de betekenis en het belang van de onderdelen wordt toegelicht.

